D(angerous)SM.
Uit het Limburgs Dagblad van 1 dec. 2001.
DSM-fabrieken niet veilig .
Geleen - De acrylonitrilfabrieken (ACN) van DSM in Geleen zijn nog steeds niet veilig. Dit blijkt uit vertrouwelijke stukken van Justitie
in Maastricht en de inspecteur Milieuhygiëne van Vrom.
Provinciebestuur noch Justitie durven het echter aan om de twee fabrieken, waaruit in oktober 1999 het levensgevaarlijke blauwzuurgas lekte, te
sluiten uit angst voor een schadeclaim van DSM van een miljoen gulden per dag.
Als ik dit lees bekruipt mij weer een gevoel van angst en onbehagen. Ik hoop maar dat DSM gelijk heeft en die betreffende fabrieken wel veilig
zijn want ze grenzen aan de tuintjes van een aantal bewoners van Lindenheuvel. Een gasuitbraak bij een ongunstige windrichting zou rampzalig kunnen
zijn. Mijn nachtmerrie, als je amandelen ruikt is je sollicitatie als engel afgerond. In de rest van je imaginaire existentie zul je dan als onhoorbare
harpspeler moeten figureren.
Ik denk dat ik dit recht van denken heb want ik heb meer dan 40 jaren bij DSM gewerkt. Ken dus zo'n beetje de gedachtegang bij mijn oude baas.
Hij zal niet lichtzinnig zeggen dat alles veilig is, indien dit niet zo is. Echter ... hij gaat uit van aannames en rekenmodellen en als er dan toch iets
rampzaligs gebeurt geeft hij vervolgens niet thuis. Hij komt dan met hele goeie argumenten om een incident als een onvoorspelbaar
natuurverschijnsel te kwalificeren en gaat verder met zijn dingen van de dag, n.l. de core-business, geld verdienen. Ik heb het overgrote deel van
mijn leven in de cultuur van de Staatsmijnen en haar opvolger de DSM doorgebracht. Ik heb aan den lijve de gevolgen van deze cultuur ondervonden.
Mijn vader verongelukte dodelijk op 5 juni 1952. Gestikt op klaarlichte dag onder een zonnige hemel, in een open put door een giftig gasmengsel. Men
vertelde ons dat het moerasgas moest zijn geweest.
De Staatsmijnen konden er zogenaamd niets aan doen. Dit was onvoorzien, had zich nog nooit eerder voorgedaan en hoorde schijnbaar bij het risico om
bij hun werkzaam te zijn. Hoe het verder moest met mijn zusje en mij en met de vrouw van mijn vader was verder geen onderwerp van discussie.
Mijn vader kreeg een plechtige begrafenis om 9 uur, de bidprentjes werden ook door het concern betaald en ik kreeg de uitnodiging om eerst op eigen
kosten te gaan studeren en dan ook op de koel (mijn) te komen werken.
Zo gek als het me nu in de oren klinkt, ik heb het gedaan. Ik kan het niet uitleggen maar het heeft mijn leven bepaald. De autoriteit van een vent, die
namens de Staatsmijnen, uit zijn nek kletste.
Ik ging eerst ondergronds werken, want daar lag de toekomst, had hij gezegd!
Ieder jaar waren er ettelijke dodelijke slachtoffers ten gevolge van noodlottige ongelukken te betreuren. De Staatsmijnen vermeldden dit dan,
vergezeld van een pasfotootje, in hun periodieke blad (Steenkool) als blijk van medeleven. Zelfs als je de onmenselijke cultuur van de
pijler (het kolenfront) kende, zelfs indien je als betrokkene wist hoe je tegen elkaar werd uitgespeeld en opgezet, was je geneigd je
door deze heroïsche verslaggeving te laten geruststellen.
Alles klopte immers, we hadden vele (schijn)zekerheden - vast werk hoog loon - we hadden op school geleerd dat de Nederlandse
Staatsmijnen de veiligste in Europa waren. Een tiental verongelukte kompels per jaar was niet verontrustend. Het vaderland moest weer opgebouwd
worden. Offers brengen was een ereplicht voor ons Limburgers en daar moesten we trots op zijn.
Ik mis mijn, nooit gekende en als ik hem nodig heb - nooit aanwezige, vader nu nog steeds. Welke DSM directeur, in riant bezit van vele duizenden
opties, voelt mijn verlies?
Ben zelfs ooit één keer op de plek geweest waar een tweetal kompels, een paar dagen daarvoor, verpletterd waren. Ik dacht toen dat
de dood bij ons leven hoorde. Ik dacht toen ook dat verrekken ten gevolge van stoflongen, zoals met de vader van mijn vriend gebeurde, ook tot ons
leven behoorde. We moesten immers het juk accepteren waarmee Onze Lieve Heer ons belastte, bazelde pastoor Lanckohr. Het ergste was opstandig zijn.
Ik was erg opstandig, gelukkig.
Daarna werkte ik bij DSM Research. Ettelijke keren maakte ik incidenten mee. Ze liepen aanvankelijk steeds zonder ernstig persoonlijk letsel af.
Stom geluk.
Toen ontstond er in Flixborough (in het Verenigd Koninkrijk in 1974) een explosie en brand in een installatie van cyclohexaan. Deze
veroorzaakte 28 doden op en buiten het industrieel terrein en had een totale verwoesting van de installaties tot gevolg.
We begonnen ons zorgen te maken en stelden kritische vragen. Niets bijzonders aan de hand, volgens onze leiding Bij ons was zoiets niet mogelijk.
Ons veiligheidsregiem was zo streng dat een vergelijkbaar incident uitgesloten werd geacht.
Een jaar later (7 nov. 1975) vloog bij ons NAK 2 in de lucht. Ik dacht met 14 doden en grote materiele schade. DSM kon er natuurlijk niks
aan doen, bleek na uitvoerig onderzoek. Dit was nog nooit eerder voorgekomen ... Ik verwachtte eigenlijk wel zo'n verhaal. Tot heden blokkeert DSM
volledige opening van zaken. Waarom, als je niets te verbergen hebt? Toch bang voor schadeclaims van nabestaanden?
Gewoon domme pech voor werknemers, als mijn vader, die op het verkeerde moment op de verkeerde plek waren?
DSM mag zich de ogen uit de kop schamen. Geeft forse subsidies en donaties aan tal van instellingen en verenigingen waardoor een positieve
naamsbekendheid verkregen kan worden. Aan de nabestaanden van verongelukte werknemers wordt zelfs niet meer gedacht!
Ik ga nog even verder. De oude steenberg van de Maurits. Decennia lang gebruikt als de vuil en de gif deponie van DSM. Triest gevolg, het grondwater
in ernstige mate tot in Urmond vervuild. Er werd een kunststoffolie onder aangebracht en het probleem is daarmee naar de toekomst verschoven.
Als het ooit een onhanteerbaar probleem wordt weet DSM natuurlijk weer van niks, of wat nog waarschijnlijker is, is uit deze contreien verdwenen.
Midden jaren 90. Een groot benzeenlek. Honderd duizenden kubieke meters benzeen onopgemerkt in de grond gelekt. Aanvankelijk wordt het
probleem gekleineerd, de oude Staatsmijnen cultuur. Als de omvang van het schandaal dan toch duidelijk wordt beloofd DSM beterschap. Van nu af aan
zal DSM zijn omgeving, als goede buurman, tijdig informeren bij incidenten. Dit is met de mond beleden beleid. De werkelijkheid is anders. Bij de
ACN lekken informeerde DSM zijn buren niet. Beroept zich op de regels die zeggen dat alleen de provincie geïnformeerd hoeft te worden.
Na 42 jaren DSM weet ik dat DSM nooit zal veranderen. Winst maken is minimaal net zo belangrijk als veiligheid. Dat is een bijna onmogelijke keus voor de
betrokken managers. Tegen deze achtergrond zie ik ook de schadeclaim van 1 miljoen per dag als de provincie de fabrieken stop legt.
Ik weet een betere oplossing. Ik heb ooit de STOP cursus verplicht moeten volgen. In deze door Dupont ontwikkelde veiligheidsvisie, die door DSM
voor de volle 100% onderschreven wordt is een simpele maar zeer voorbeeldige oorsprong beschreven.
De heer Dupont (himself) kon tengevolge van een aantal incidenten geen werknemers meer vinden voor zijn black powder fabriek in de
buurt van Philadelphia. Hij ontwierp een streng veiligheidsregiem voor zijn installaties en om te bewijzen dat hij ook meende wat hij zei ging hij met
zijn familie op de opslagbunker wonen.
Mijnheer Elverding (voorzitter Raad van Bestuur DSM) is deze tip niet het overwegen waard? Indien U overtuigd bent dat de ACN
fabrieken volkomen veilig zijn, wat houdt U dan tegen om ergens op de Lindenheuvel een stulpje te betrekken? Bovendien kun je zo aantonen dat jullie
het serieus meenden met al die verplichte veiligheidscursussen.
En het belangrijkste, aan een hele hoop discusie en ongerustheid zou daarmee een einde komen !
(C) |
 |
dec. 2001 |
|