Leed en kennis.
De Franse schrijver Alfred de Musset, beweerde ooit: "Niemand kent zichzelve, zolang hij niet geleden heeft". Jongu toch ... hoe kom je
drop.
Dat roept bij mij dan meteen vragen op in de trant van. Ken ik me ook zelf? En zo ja, waaraan heb ik dan geleden? Als ik me ooit zelf tegenkom,
waaraan zal … of kan ik me dan herkennen? En zal ik dan een praatje met me zelf maken? Lekker babbelen over het weer, de wereld, het
kleinkind, de zwarte koetjes en de witte kalfjes? Of zal ik meteen een van mijn stokpaardjes bestijgen en mezelf overdonderen met een hele
hoop flauwekul, woordspelingen en pseudo intelligente klets en roddels?
Ik ben geen schrijver en geen Fransman, heet door erfelijke toestanden wel Frans en meen hieruit te mogen afleiden dat ik de bewering van de
Musset mag uitbreiden met: "En zodra hij beter is vergeet hij zichzelf weer".
Ik kan mijn persoonlijk lijden nu beter uitleggen. Ik heb wel eens last van een koppige kater. Dat gebeurt me zogezegd door de variabele
omstandigheden. Ik ben maar een mens en trap er herhaaldelijk in om iemands persoonlijk leed, sociaal gedeeld - gezamenlijk te verdrinken.
Eendracht maakt dorstig, nietwaar? Welwaar! Ik weet het zeker.
Of, er is bij uitzondering eens iets stijgends in deze devaluerende tijd te vieren. Gedeelde vreugde is immers dubbele vreugde en die kun je
zelfs kwadrateren door er iets vluchtigs bij te nemen. Punt aan de lat.
En daar ligt de ontkennende kennis op de loer, kwadrateren is net als zijn tegenhanger - het worteltrekken - een riskante aangelegenheid. Je
kunt bijna nooit achteraf zeggen welke consumptie nou teveel van het goede - dus verkeerd - was. De vierde …. de zestiende? Zestien (hexa) is
het behekste kwadraat van vier. De gewone reeks luidt, op een been kun je niet staan, je neemt er dus nog een, nietwaar? Juist, dan kom je op
twee …. en vul nu maar verder in. Het kwadraat van twee is vier …. Voor je het weet zijn er zestien voorbij. Zucht ..
In de tijd dat ik nog jong, knap en sterk was integreerde ik dit gedifferentieerde drinkgedrag door worteltrekken. Gewoon op de cour de vinger
in de keel. Ik leed hier niet noemenswaardig onder en kende mijn eigen Bachus amper.
Dat is nu wel eventjes anders. Tengevolge van een paar spraakmakende slokken, ergens tussen het vloeiende kwadraat van twee en dat van vier
loop ik het risico de nog ongeboren dag van morgen vol barensweeën te moeten ervaren. Dan kom ik mezelf tegen … herken ik me weer en
spreek me meteen bevaderend aan. Maak hele goede nieuwe voornemens … want ik was me inmiddels zelf vergeten, compleet met de vorige goede
voornemens … doordat ik had al een tijdje geen wortel meer ….
(C) |
 |
november 2001 |
|