Aanhouders.

In mijn donkere verleden, ik was toen nog niet grijs, ben ik een tijdje "Aanhouder" geweest. Niet om iets te winnen! Neen, gewoon om een paar visjes te kunnen vangen. Om bij ons in de stad te mogen vissen moet je namelijk lid zijn van "de Aanhouders" (hengelsport). Hun motto is niet: "De Aanhouder wint" maar: De Aanhouder vangt!" Veel heb ik gelukkig niet gevangen, je kunt dus gerust concluderen dat ik een slechte Aanhouder was. Nu zoveel jaren achteraf betreur ik die paar gevangen vissen ook nog. Vissen voor de sport is fout, vissen hebben wel degelijk gevoel. Kijk maar eens hoe ze te keer gaan als ze een haak inslikken. Dus bij deze nogmaals mijn welgemeende excuses aan mijn geschubde medeschepsels.

Hoe kon het zover met me komen? Ik had de verkeerde vrienden, of beter gezegd ik had in die periode helemaal geen vrienden. Mijn hobby was mijn werk en daarna deed ik aan duurlopen. En tijdens duurlopen kun je niet met vrienden keuvelen, dus daarom geen.
Ik was eigenlijk altijd van huis. Ik woog nog 59 kilo. In die tijd was het normaal dat ik 62 of 63 kilo op de weegschaal kon brengen.
Mijn Lulu vond dat te weinig. Ze had te weinig greep aan me. Ik glipte haar gewoon door de vingers, als je begrijpt wat ik bedoel. Ze schaamde zich zelfs voor mij. Ik mocht niet met haar naar het zwembad. Ik mocht niet met mijn zwembroek aan in de tuin. De buren zouden beslist gaan roddelen over haar kookboek als ze mij zagen. Ik zag er uit als een inwoner van Biafra, volgens haar. In Biafra was in die tijd de real versie van Big Dieet, daar stierven ze met de bosjes van de honger.
Ooit had ik haar beloofd dat ik, zodra ik beneden de 60 kilo grens kwam, zou stoppen met draven en iets aanvullends, met nog te maken vrienden, gaan doen.

Vissen bij "de Aanhouders" leek mij heel geschikt, daar zaten vele zware jongens bij.
Ik had informatie ingewonnen. Een van de visvijvers ligt in het stadspark, het mooiste plekje van Sittard. De mooiste stukken van de stad en niet te vergeten de rest van de regio komen daar openhartig flaneren zodra het weer een beetje daartoe de gelegenheid biedt. Er is een stalletje met volledige vergunning. Boze tongen roddelen dat het de beste café van Sittard is.
Ik ben geen Sittardenaar, ik kan dus neutraal oordelen. Veel Sittardenaren bezondigen zich inderdaad aan te vlug spreken. Ze staan meteen met een sneer gereed. Er hoeft maar iemand per ongeluk in het water te stappen en ze zeggen al dat hij vol is. Die iemand nam dan toevallig de kortste weg naar huis, als je hem zou vragen over het waarom en hoe. En waarom zou je dat niet geloven? Dat is geen visserslatijn.

Ik had al meteen goede afspraken met mijn Lulu gemaakt. Direct na het eten, dan is de beste tijd want de vissen happen dan ook, ging ik alvast met onze wagen. Dat had een hoop voordelen, zo hoefde ik Lulu ook niet meer te helpen met de afwas of het verzorgen van de baby.
Als beloning voor zoveel goedheid van mijn kant, kwam Lulu mij dan met de kinderwagen na en reed ons zodra de avond inviel en het bijten afgelopen was terug naar huis. Het was een hele mooie zomer. Zo'n taakverdeling zie je tegenwoordig niet meer.
Of ik ook wel eens iets ving, wilde Lulu na een tijdje weten. Ik ging voor de sport kon ik haar mededelen, sportvissers gaan niet primair voor de buit. Die gaan voor het spel. Mijn Lulu was gerustgesteld, ze dacht dat ik voor de pils ging biechtte ze mij berouwvol op.
Hoewel ik toen nog jong, knap en onervaren was. Nu ben ik oud, lelijk en eigenwijs. Dus de toegevoegde waarde van de jaren zonder vrienden is wijsheid. Slim gevonden van mij, nietwaar? Welwaar! Juist, dus ik wist dat een eenmaal argwanende Lulu mij behoorlijk in de verlegenheid zou kunnen brengen. Die zou wel eens op bezoek bij haar familie kunnen vertellen dat ik al maanden aan het vissen was. En die zouden dan vragen wat ik zoal ving. En heel onbevangen en vooral eerlijk zou zij dan zeggen: "Niets". Dat mocht mij niet overkomen.

Die bewuste avond ving mijn buurman heel wat vissen. Ik snapte niet hoe hij het deed. Ik deed hem eerst stiekem en daarna openlijk alles na. Het mocht niet baten, ik ving niks.
Na een tijdje stopte de man. Hij had zijn hele leefnet vol, zag ik. "Of ik niet een paar visjes van hem kon overnemen, vroeg ik. Desnoods wilde ik er voor betalen.
"Voor 25 gulden mag je het hele zooitje hebben," zei de man. Dat was veel geld, maar mijn naam zou voor eens en altijd gevestigd zijn besefte ik en Lulu zou zich nooit kunnen verspreken.
De vis wisselde dus van visser en trots kon ik Lulu mijn buit laten zien, toen die wat later met de baby arriveerde.

Trots en tevreden lurkte ik aan mijn pilsje, dit was pas het echte goede leven. Ik kon niet alleen hard lopen, ik kon ook zorgen voor vis in de pan, ik was een echte man en een goeie vader besefte ik. Lulu had maar wat geluk met mij.
Twee agenten kwamen op ons toe. Ze hadden mij vaker gevraagd of ik iets gevangen had en ik had me altijd beschaamd moeten verantwoorden met een: "Helaas, niets vandaag." Zij zeiden dan altijd hatelijk: "Dank U wel mijnheer" en liepen grinnikend door.
Eentje vroeg weer een beetje denigrerend aan Lulu of haar man ook al iets gevangen had. Deze keer zou ik niet het schaamrood op de kaken krijgen wist ik.
"Mijn man heeft het hele leefnet vol", hoorde ik een trotse Lulu zeggen.
Ze waren zo verbaasd dat ze haar niet geloofden, ze wilden het zien. Ik zou het spel goed spelen, wist ik. Kreunend tilde ik het net vol spartelende vissen uit het water.
Verdomme, het was weer niet goed. Ik kreeg een bekeuring van 25 gulden, direct betalen wegens overtreding van de een of ander viswet. Zo niet dan werd ik als "Aanhouder", door die twee aanhouders, aangehouden. Jemig de pemig, wat een aanhouderij.
Ik had graskarpers in mijn net, die kwamen uit China. Een soort asielzoekers dus, die waren beschermd, die moest je meteen terugzetten. Dus toch weer geen echte asielzoekers. Ik wist zelfs niet dat ze daar karpers in het gras hielden. Ik wist nu wel door schade en met schande dat het rare chinezen waren.





(C)

FvdB

maart 2001

email me mailbus van Frants van de Bareschjop terug naar het archief