Zwakstroom.

We hadden het er bijna opzitten. De ochtendeditie van onze dagelijkse speedmars over een stukje Pieterpad. Als afsluiting nog een kwartiertje uitlopen. Vanaf de Putherberg naar huis, anderhalve kilometer bergaf. Van het topje van de kerktoren die ik in de verte op gelijke hoogte zag naar beneden. 30 Meter dalen ongeveer. De te volgen weg is een landweg, afgesloten voor motorrijtuigen. Mijn constante metgezel, de boxer Lucky, loopt dus vrij en ik hoef niet zo erg op hem te letten. Na zo'n honderd meter merk ik dat hij achterblijft. Hij blijft treuzelen omdat er twee mensen met een hond achter ons lopen. Daar moet hij natuurlijk weer bij zijn. Ik ken die mensen en die hond niet en roep hem naar me toe. Hij komt slechts uiterst langzaam. Die twee mensen, een man en vrouw, komen binnen gehoorsafstand. Ze hebben een verschil van mening, hoor ik. Ze kibbelen ergens over. Nou, daar zit ik niet om verlegen. Ik ben wel nieuwsgierig aangelegd, maar aan dit soort kwesties is mijn aandacht niet besteed. Ik spoor Luck dus aan om vaart te maken en afstand tot de onminnaars te vergroten. Luck gedraagt zich als een oud wijf dat plots niet meer vooruit kan. Aan ieder graspolletje uitgebreid snuffelend en plassend schiet hij niet op. Ik begin de litanie van alle heiligen. Dat helpt, voor schietgebedjes is hij gevoelig. Diepe zuchten slakend komt hij naast mij. Helaas, de kibbelaars lopen nu ook vlak achter ons. Of ik wil of niet ik word toehoorder bij een ernstige huiselijke twist.

"Ik snap niet waarom die lamp daar niet in kan!" hoor ik de vrouw schreeuwen.
"Omdat het een Amerikaanse lamp van 110 volt is" zegt de man veel minder luid. Mannen zijn rustiger, zijn niet hysterisch, mannen willen nog wel eens onderhandelen.
"En bij ons is de stroom 220 volt en in Amerika 110 volt," vervolgt hij.
"Brandt die lamp in Amerika op 110 volt, ja of nee?" wil de vrouw gillend nieuwsgierig weten.
"Natuurlijk wel, schatje" hoor ik de man brommen.
Jemig zeg, die heeft waarschijnlijk heel wat ervaring met eigenwijze elektriciens is mijn vermoeden. Of hij huldigt het standpunt dat tegen domheid toch niet te vechten is. Of hij wil beslist niet zelf zijn potje koken vanavond. Het spanningsverschil doet weer mijn fantasie op hol slaan. Effu dimme Frans.
"Ik weet zeker, als die lamp in Amerika op 110 dingens; wat zei je ook al weer? brandt, dan brandt hij zeker bij ons op je weet wel" schreeuwde ze verder.

Lucky, was nu finaal zijn kluts kwijt. Hij meende dat het geschreeuw voor hem bestemd was en keek me hulpeloos aan. Heb ik iets ergs misdaan?, las ik in zijn raadselende blik. Beschermend legde ik mijn handen op zijn oren, wat hij niet kan horen kan hem ook niet deren, nietwaar? Welwaar! Juist, als hondenbaas, niet te verwarren met hondenbaan. Als hondenbaas ben je ook verantwoordelijk voor het geestelijk welzijn van je metgezel. Hem afschermen van schuttingtaal reken ik tot mijn reponsability. Hij droomt toch al zo vaak akelig.
"Kunnen jullie niet wat zachter over natuurkundige fenomenen praten?", vroeg ik aan het kijvende duo. "Mijn hond is bang voor stroom, hij heeft eens oplazer gehad toen hij tegen een schrikdraad plaste".
De man lachte vriendelijk tegen mij en zei dat het puik weertje was vandaag.
Ik herhaalde mijn vraag. De man bleef vriendelijk en vermoedde dat morgen het weer wel eens kon omslaan.
"Ach mijnheer", zei de vrouw. "Spaar u de moeite. Hij is zo doof als een kanon. Ik wordt er soms moedeloos van, ik kan alleen maar tegen hem schreeuwen of briefjes schrijven."
"Aan het einde van de week zal het weer dan wel weer omslaan," merkte de man heel eigenwijs op.



(C)

FvdB

maart 2001

email me mailbus van Frants van de Bareschjop terug naar het archief