Duiven.

We waren vandaag even in de stad. Een vroeg terrasje pikken. Sinds de wintertuinen tegenwoordig verwarmd worden kan dat, ook door niet pinguïns. Gek toch, hoewel het nog bijna niet gewinterd heeft en iedereen met de kerst hoera riep toen het ging sneeuwen, zie je dat de mensen nu weer verlangen naar de lente. Men probeert de zon door de wolken te kijken. De lange donkere tijd heeft zijn wintertijd alweer gehad. Het wordt nu hoogtijd voor de korte zomertijd, die draagt zorg voor het nieuwe leven na de dodende kou.
Ik lus geen terraskoekjes bij mijn koffie. Dus gooide het meegeleverde ulevel naar een winkelende duif. Zie je vaak, scharrelduiven op terrassen. Als je hen niet binnen een paar minuten van iets eetbaars voorziet, nemen ze een bedelende houding aan. Desnoods jatten ze het geserveerde chocolaatje. Waar zal dit eindigen? Junkieduiven, verslaafd aan de côte d'or! Komt tijd, probleem blijft!
Zo'n 30 jaren geleden hadden we ook een duivenprobleem. Op ons bedrijf, toen het Centraal Laboratorium, tegenwoordig DSM Research. Duiven nestelden overal, op de kolommenbanen, op de kabelbanen, in luchtkokers, overal en in het bijzonder daar waar we ze niet gebruiken konden. Hun ongemanierde jongen (in de loop der tijden is blijkbaar niks veranderd) poepten constant op onze kostbare manometers en afsluiters. Operators, toen nog bedieningsvaklieden genaamd, hadden van de nood een deugd gemaakt en hobbyden in hun baas zijn tijd als duivenmelkers. Enkele bekers waren met het weduwespel al in de wacht gesleept, ging het gerucht. Onze chef hoorde dat gerucht ook en schoot uit zijn til. Hij wilde geen wisselbekers, hij wilde nieuwe octrooien. Hij organiseerde een brainstormsessie en eiste heldere, concrete voorstellen.
We deden enorm onze beste best. We dachten zelfs voor, voor het nadenken. Ik vind dat een stomme uitdrukking, nadenken. Als je nadenkt, denk je meestal voor, je denkt over iets dat nog gebeuren kan of moet. Dat is simpel voordenken, alleen over de geschiedenis denk je na. Over de toekomst denk je dus voor, nietwaar? Welwaar! Juist!
Na veel voor- en een beetje nadenken was de getrokken conclusie dat het moeilijk zou worden. In die tijd was dat een veel gebezigde slogan op ons onderzoekscentrum. Want wat niet moeilijk was, was allang uitgevonden of ontwikkeld. Alleen de moeilijke zaken wachtten nog op ons en moeilijke zaken nemen hun tijd. Onze chef slikte dat niet. Een zwerm duiven definitief verjagen of elimineren kon niet vergeleken worden met wetenschappelijk onderzoek en dat er niet met een jachtgeweer geschoten kon worden of vergif gebruikt kon worden was hem ook bekend.
Het bleef lang stil, we wisten niet zo snel een uitvlucht voor ons zelf en ook niet voor de duiven. Een oude baas, die qua carrièreverwachting op nul stond, kreeg plots een sterk idee. Gewoon de duiven verdoven door gebruik te maken van hun vreetzucht. Met maïs of iets dergelijks, in alcohol. Gewoon eventjes uitvogelen wat het gevleugeld gevogelte het liefste smikkelde en vervolgens gratis en in overvloed aanbieden. Zodra dan de duiven in the mood waren, of in de roes, zoals U wilt zouden ze makkelijk verzameld en ontnuchterd kunnen worden.
De eerst volgende zaterdag werd het idee uitgevoerd. Onze inkoopafdeling had een prima prestatie geleverd. Vele flessen sterk geestrijke vloeistoffen en kilo's diverse granen waren ingekocht. Aan ons de opdracht om het benevelingrecept uit te vogelen. Als chemisch technoloog weet je wel wat er in een borrel moet zitten en wat de calorische waarde van maïs, tarwe of erwten is. Maar aan wat voor mix van maïs en borrel een postduif de voorkeur geeft, is andere kost. Dat moet je proefondervindelijk (empirisch) vaststellen, daar hoef je geen professor voor te zijn. En we waren nog jong en ambitieus. We testen de heavy grains persoonlijk uit. We werden zo zat als een Maleier. We deden steeds meer praktijk proeven, we wisten het zeker, maandag aanstaande zou de octrooiafdeling het druk krijgen.
Tegen de middag kwam onze chef een kijkje nemen. Wat hij verwacht had hebben wij daarna geweten, we kwamen ook te weten dat wat hij verwacht had wij niet meer wisten. De duiven zijn geheelonthouders gebleven.
Verder had die chef een akelig karakter en kon alles onthouden. Ons werd met de kerst de jaarlijkse gratificatie geheel onthouden. Raar maar waar, als niet onthouders waren we toch onthouden. Jemig, ik stop met duiven houden. Laat die beestjes maar rustig verder met hun kroost het eten van de vloer behouden. Dadelijk zie ik ze nog vliegen ook!




(C)

FvdB

maart 2001

email me mailbus van Frants van de Bareschjop terug naar het archief