Waarschuwing !

Beste lezer. Als U week van karakter bent kunt U beter niet verder lezen. Anno 1943, toen dit verhaal zich afspeelde, lagen de normen en waarden anders dan nu. Het verhaal is wel waar gebeurd.

Vlees.

Vlees is een van de belangrijke bouwstenen voor het lichaam van de mens. Ik vertel niks nieuws. Alhoewel - de laatste tijd komen de diverse soorten vlees in een vreemd daglicht te staan en schijnt het niet meer zo gezond en onmisbaar te zijn dan tot nu toe gedacht.
In mijn prille vroeger was vlees een must. Het was de zorg van mijn vader. Hij stond er zo gezegd mee op en ging er mee naar bed. Hoe kon hij waarborgen dat er voldoende carbonaatjes voorradig waren om via moeders vleespan ons groeiproces te continueren. Want we waren bezet. Onze bruine buren uit het oosten deelden hier de lakens uit. Zij aten ons niet alleen de kaas van de boterham maar jatten ook nog eens onze voorraden bij de slager. Indien toen die enge ziektes geheerst hadden, die nu door onze veestapels woeden, dan was de oorlog al na een jaar beslist geweest. Alleen de moffen waren dan de dikke verliezers geweest. Miljoenen anderen zouden gespaard gebleven zijn. Helaas.

Van de bezetters mocht je wel een varken mesten, wat in onze regionen altijd de gewoonste zaak van de wereld geweest was, maar een bepaald gedeelte ervan werd door hen opgeëist. Het bezit van een varken moest je melden en zijn voortschrijdende voortgang werd vervolgens regelmatig gecontroleerd. Werd een illegaal varken ontdekt dan werd het verbeurd verklaard. Schwein weg! Fertig und basta.
Niet voor mijn vader. Hij gunde de moffen niets en dus zeker niet zijn varkensvlees. Daar het houden van geiten zonder belemmeringen toegestaan was, had hij eerst wat geitjes gefokt. Die leverden niet voldoende op. Ik vermoed echter dat mijn moeder geen hap ervan door haar keel kon krijgen. Dus timmerde mijn oude heer achter de legale geitenstal een stiekeme varkensstal. Via allerlei slinkse wegen moest vervolgens voor veel geld een zwart (niet geregistreerd) zwijntje hierin geparkeerd worden. Dat beestje voelde zich vanaf het begin goed thuis bij ons. Hij vrat mijn vader bij wijze van spreken de oren van het hoofd. Als zijn maag rammelde maakte hij dat door veel geschreeuw en gegil in de wijde omtrek bekend. Mijn moeder stond doodsangsten uit. De buren hadden al een paar keer belangstellend geïnformeerd naar dat vreemde geiten geblèr. Mijn oude heer toonde ze dan trots zijn nieuwe stamboekgeiten. Waren van Duitse afkomst en daarom schreeuwden ze als magere varkens. Onze buren waren gelukkig geen foute Nederlanders.
Enfin na een half jaartje, was het varken vet en moest gekeeld worden. De executie zou op een mooie zomerochtend bij het krieken van de dag plaatsvinden. Onze huisslachter was bereid gevonden ook illegaal te slachten. 's Avonds van tevoren was hij bij ons thuis geweest, had de plaatselijke situatie beoordeeld en mijn vader voorzien van gedegen instructies. Niks mocht misgaan. Er kon alleen maar iets misgaan als het varken ging schreeuwen. Het zou dan opgegeten worden door de moffen. Het idee alleen al !! Nog in het donker begon mijn vader het slachtveld gereed te maken. Teilen kokend heet water werden op het fornuis klaar gezet, de staldeur van de geitenstal werd uitgehangen. Aan het scharnier, dat in de muur zat, zou het touw vastgemaakt worden dat het varken om een achterpoot kreeg. Toen tenslotte de slager gearriveerd was en het startsein gaf haalde mijn vader het varken uit de stal. Het had een mand over zijn kop geschoven gekregen, het mocht niks zien dat hem kopschuw kon maken. Het touw om zijn achterpoot werd vlug aan het deurscharnier geknoopt om een eventuele vluchtpoging te verijdelen.

De slager ging, met een zware moker in de aanslag, gereed staan om het varken van de wereld te meppen op het moment dat mijn vader de mand - op de tel van drie - wegtrok. De slager telde, één - twee- drie! Mijn vader trok de mand weg. Het varken trok zijn kop weg terwijl de slager toesloeg. Zijn slag schampte de kop van het varken. Dat ging luid gillend aan de spurt, het uit de muur gerukte scharnier met het touw achter zich aan. Zijn vlucht ging dwars door onze tuin, dwars door de boontjes, de rapen en de aardappelen. Mijn vader kreeg via een fel sprintje en een kloeke snoekduik het touw te pakken. Luid de heer aanroepend werd hij op zijn buik enkele rondjes door onze koolhof gesleurd. Ik zat bij mijn moeder op de arm achter het raam, ik vond dat ik een dappere vader had en was heel trots op hem. Een paar slimme buurmannen waren inmiddels over de haag gesprongen en leverden ongewenste hand- en spandiensten door onze boontjes en rapen te vertrappen. De slager had inmiddels zijn grootste en scherpste mes te voorschijn gehaald en nam nu ook deel aan de achtervolging. Hij kon uiteindelijk, samen met de buurmannen, het varken in een hoek drijven en daar uitvoeren waarvoor hij gekomen was.

De andere helft van de buurt was inmiddels ook gearriveerd. Nieuwsgierige vrouwen verdrongen zich achter de ligusterhaag. Luid bewonderend werd het gewicht van het varken getaxeerd, dat deed beslist meer dan honderd kilo geslacht! Recepten voor zult en hoofdkaas werden rap uitgewisseld. Mijn vader begreep die hint. 's Avonds heeft hij overal in de buurt een stukje van het varken bezorgd, als zwijgvlees. Mee-etende buren kletsen immers niet over een varken, die zitten met hun mond vol tanden als hen iets gevraagd wordt over een verbotene Sau, nietwaar? Welwaar! Juist.



(C)

FvdB

feb. 2001

email me mailbus van Frants van de Bareschjop terug naar het archief