Romantiek 1947 - 1968
Ik was een jaar of zeven toen ik op een zomeravond, in het kader van mijn prille culturele ontwikkeling, door mijn lievelingstante en haar vriendinnen werd meegenomen naar een oratorium. Zij waren allen ongetrouwd, onopgeeiste schatten zoals zij het uitdrukten en daar was ik het helemaal mee eens. Verder hoopte ik dat het in de lengte der dagen zo zou blijven. Het was voor een ukkie als ik zalig om, bij gelegenheden als deze op mijn duim sabbelend, te mijmeren aan die naar geurig stijfsel ruikende geheimzinnige rondingen. Het had iets intiems, een bepaalde spanning riep het in me op die ik niet als onprettig ervoer.
Zo niet deze avond, deze werd de eerste ontgoocheling in mijn leven.
De een of andere patser, nu zou ik zeggen gigolo, zat ik zich enorm uit te sloven om bij mijn knuffels in het gevlei te komen. Hij jammerde als een krolse kater over iets als …. amore mio …. en ….bachchi mi, herinner ik me. Ik had vergeefs diverse zitjes op de diverse schootjes beproefd. Ik had mijn armpjes om de diverse nekjes proberen te slaan, alles tevergeefs. Ik had al mijn onschuldige verleidertaktieken uit de kast gehaald. Er kwam geen enkele respons, alle aandacht ging uit naar die vogelverschrikker…. ik voelde me zwaar afgewezen. Zeg maar genaaid.
Zwaar op mijn duimpje lurkend trok ik me terug. En plots was het allemaal duidelijk voor me. Wilde ik succes hebben in mijn leven bij de vrouwen dan moest ik zanger worden. Ik had het begrepen, om bemind en geliefd te worden moest je kunnen zingen! Dit was iets geheel nieuws.
Mijn vader kon nog geen noot, zo groot als een koe, zingen. Hij was zo muzikaal als een kraai op een stormachtige novemberavond. Ik deelde hem mede dat ik bij het knapenkoor ging. We hadden thuis de afspraak, dat je bij één vereniging of club kon, mits het niet te veel kostte. Ik zou dus de voetbalclub, waarin al mijn vriendjes zaten, moeten verlaten. De goede man was aangeslagen, dagenlang at hij slecht. Achteraf denk ik wel eens dat hij toen bang was dat ik een mietje zou worden. En dan moest ik gaan voorzingen. De leider van het knapenkoor, de hulp koster, legde me al na een couplet het zwijgen op. Hij vroeg naar mijn motieven, want aanleg voor zingen had ik niet, volgens hem. Waarschijnlijk kon ik toen al heel overtuigend liegen, want ik werd aangenomen.
In de jaren, die volgden, stond ik altijd in de achterste rij. Ik mocht alleen voor wat achtergrond zorgen en veel verder dan bim, bam of bom kwam ik niet. Wat heb ik me vaak geschaamd in dat matrozenpakje. Mijn voormalige voetbalvriendjes lachten me geregeld uit. Ik troostte me, mijn tijd zou nog komen …. Ik zou straks omringd worden door de meest verleidelijke meisjes en zij zouden dan, met hun blauw geschopte kromme poten, het nakijken hebben …. ze zouden mij smeken voor een goed woordje bij een van mijn mindere favorieten.
Om hogerop te komen en mijn carrière te bespoedigen gaf ik me met veertien jaar op bij het kerkkoor. Ook dit werd geen groot succes, de baard schoot in mijn keel en ik kreeg mijn ontslag op het moment nadat iemand de koster vroeg, toen ik een keer wegens omstandigheden niet meegezongen had, of nu eindelijk het orgel gerepareerd was.
Jaren zonder zingen gingen voorbij. Ik leerde Lulu (mijn vrouw) kennen en hoewel zij zeer goed kan zingen, zingt zij zelden, vindt er niets aan. Ongelooflijk …. zij ging in de toneelvereniging!?
Ik zocht een nieuwe (niet) muzikale uitdaging en kwam bij de plaatselijke rooie rakkers terecht. Een keer in de maand vergadering en verder gezellig samen zijn. Hier in het zuiden kunnen we daar wat van. Na een half uurtje geneuzel over Joop den Uyl en politiek, was iedereen lekker los en werden de strijdliederen aangeheven. De mooiste tijd van mijn leven! Wat hebben wij de rooie haan laten kraaien, vaak tot laat in de nacht. Het hele dorp de stuipen op het lijf gejaagd met "de internationale" en "arbeiders aller volkeren verenigt U"!
Kiki werd geboren en er werden goede afspraken gemaakt over afwezig zijn en kinderoppas. Lulu heeft een jongere zus en die kwam in die tijd graag bij ons oppassen als we beiden spelen c.q. zingen waren. Die zus van Lulu was en is nog meer dan knap, juist ze liet me aan mijn tante denken …. Hoe zou het zijn om …. stijfsel te ruiken? Als man van eer had ik vaker tegen Lulu gezegd, dat ze me nooit met haar zusje alleen mocht laten. Ik kon geen garantie voor mijn eigen geven, dit kind was zo knap…. Ik zou mijn ziel en zaligheid waarschijnlijk in de waagschaal stellen om hum …. ja.
Op een koude winteravond sloeg het noodlot toe. Lulu moest naar de generale repetitie van haar toneelclub en ik moest naar de jaarzang van mijn partij. Haar zusje zou babysitten. Bij soortgelijke eerdere gebeurtenissen was Lulu altijd als eerste thuis geweest, meestal in bed gekropen maar nogal kort aangebonden als ik met een feestmuts op thuis kwam en nog wilde plannen had, in casu wilde voorzingen c.q. nazingen. Ik was dus gewaarschuwd, toen ik thuis kwam. Een gewaarschuwd man telt voor twee dus ik maakte zeer behoedzaam de voordeur los. Onder aan de trap trok ik al mijn schoenen uit en in het donker op de slaapkamer kleedde ik me verder uit. Uiterst voorzichtig schoof ik in bed. Dat was lekker warm. Ik had Lulu, die een echte koukleum is, een elektrische deken gekocht en de verleiding was nu enorm groot om tegen dat warme bastion op te kruipen en me effen lekker op te warmen. Ik had eigenlijk nog helemaal geen slaap. Ik vermande …. me en om mijn gedachten neutraal te krijgen dacht ik aan mijn diensttijd in de winter van 62 op 63. Dat heeft altijd in periodes waarin ik opgewonden raakte kalmerend gewerkt. Toch betrap ik me er op dat mijn gedachten steeds afdwalen naar die onbereikbare schoonheid, die in de die koude kamer hiernaast eenzaam in een vreemd bed ligt. Als ik zeker wist dat Lulu het niet zou merken zou ik me graag opofferen om haar te warmen. Helaas ik ben en zal altijd een lafaard blijven.
Als ik eindelijk ben ingedommeld gaat plotseling de bel van de voordeur. Ik vlieg de trap af, … welke onverlaat staat midden in de nacht op de bel te hengsten? Het is Lulu die haar sleutel vergeten is! Ik vlieg de trap op, wie ligt er dan godju bij ons in bed? Halverwege de trap weet ik het. Deze kans zal ik nooit meer krijgen. Dit is wat je noemt kouwe pech.
Haar zusje is kort na deze gebeurtenis getrouwd en heeft inmiddels twee zoons van in de twintig. Nog vaak wordt oom Frans door deze bengels aan zijn pech herinnerd. Dat is wat je noemt echt dierbaar geluk!
(C) |
 |
dec. 2000 |
|