Boswachter 3.

Ik had niet naar de weersvoorspelling gekeken, waarom zou ik? Ik ben wel wantrouwend maar niet bijgelovig. Bovendien, Schinveld ligt wel aan de andere kant van het land, maar niet aan de andere kant van de wereld. Bovendien ik ken die streek als mijn broekzak, heb er uiteindelijk zo'n twintig jaar rondgelopen.
Toen ik "het Broek" achter het dorp inreed begonnen de moeilijkheden. Steeds dikkere mist, op een gegeven ogenblik hooguit nog tien meter zicht. Ik besloot door te rijden tot het zweefvliegveld, dat kon niet missen dat was gewoon de weg volgen. Dat was heel juist en wat later stond ik er, met mijn hond en mijn rugzak. Nieuwe keus maken - go or no go - het was verdomme wel erg mistig. Luck, niet gehinderd door enig meteorologisch inzicht, snoof enthousiast al die nieuwe luchtjes. Voor hem was dit luilekkerland, een aantal loopse teven hadden hier gecommuniceerd.
Ik wilde mijn hond niet zijn dag bederven en besloot op te trekken. "When the boys go marching on", mijn lipfluit klonk niet erg zuiver. Shit! Waarom belde Lulu nu niet en gelastte ons terug te keren? Afbreken deze "Operation Crazy Francis". Ik besloot voorlopig door te lopen tot de visvijvers van de "Hering". Dat zou ongeveer een kwartiertje vergen.
Ik passeerde een paar kruispaadjes. Vreemd als je je niet oriënteren kunt. Op het tweede kruispunt besloot ik, middels een getrokken pijl in het zand, mijn looprichting te markeren. Straks loop ik nog rondjes ook, het schrikbeeld van een verdwaalde ex-zeesoldaat.
We liepen een half uur. Geen visvijvers. Twee mogelijkheden, of gemist in de mist of de vijvers zijn gedempt. Gedempt was niet aannemelijk, dus aannemelijk - ik ben de richting kwijt-. Enige conclusie de berm in en positie stabiliseren.
Ik commandeerde Luck "stil" en luisterde heel aandachtig. Kon ik verkeer horen? Kon ik industrie horen? Kon ik überhaupt iets horen? Buiten mijn tinnitus, niets te horen.
"Jongen, we zitten in dikke stront" kon ik Luck rapporteren.
Hij had er een equivalent van poep aan. Hij had een beste dag en kauwde tevreden op een groene dennenappel. Ik besloot dan ook maar mijn rantsoen aan te spreken en verder af te wachten. Het had geen nut om als een dwaas rondjes te gaan lopen. Gelukkig kon ik op mijn GSM zien hoe laat het was, maar wat moest ik daar mee? Ik besloot een uur te wachten alvorens een nieuwe beslissing te nemen. Na een uur besloot ik tot nog een herhaling van een uur.
Langzaam begon een zekere ongerustheid zich van me meester te maken. Maar daarom was ik juist hier, hield ik me zelf voor. Mijn onnodige angst meester worden, niet bang zijn dat mijn hart me in de steek zou laten op een ongunstig moment. "U mag weer alles doen", had de cardioloog gezegd. Ik moest nu beslist niet mijn pols gaan voelen wist ik, dan zou ik pas echt ongerust worden. Aanval is soms de beste verdediging had ik geleerd en dat moest dan maar gepraktiseerd worden. Ik besloot aan de worse case te denken: "Wat zou gebeuren als mijn wekker het hier begaf en letterlijk afliep? Dan ga ik de pijp uit en hoeft niemand van mijn geliefden dat drama mee te maken. Dat was alvast een troost. Verder denk ik, hoop ik, zie ik mijn ouders weer, mijn oude honden, mijn opa's en oma's, dat zou wel fijn zijn! Het nu ook weer niet te gek maken, hield ik me voor, dadelijk vind je het nog jammer dat je nog leeft. Dat is ook weer niet de bedoeling. In ieder geval het werkte, mijn rust keerde terug.
Het was inmiddels 13 uur en mijn maag knorde. In het zand op de weg maakte ik met een paar stenen, wat dor gras, wat takjes en wat droge dennenappels een brandstapeltje. In mijn drinkmok zou ik voor deze keer, bij wijze van uitzondering, van een stiekem bouillonblokje iets warms maken. Zelden heb ik zo'n lekker kopje soep gedronken, het kleine is enorm, als niets de omgeving is.
Met iets in mijn maag kon ik op ongeveer onze positie gaan beredeneren. Ik had een half uurtje gelopen, kon dus hooguit een tot anderhalve kilometer van het zweefvliegveld zijn. Wist alleen de juiste richting niet. Als ik ga lopen moet ik zorgen dat ik rechtuit ga. Dat moet mogelijk zijn door iedere keer een punt recht vooruit te vizieren.
Gaat het mis zal ik waarschijnlijk de afrastering van het AWACS vliegveld bereiken. Maar dan kan ik me wel oriënteren, dus dat levert geen probleem op. Mis ik dat vliegveld ook dan ga ik de grens over en kom in het Duitse plaatsje "Hohenbusch" Dat is ook geen probleem, daar herken ik me ook. Ik was weer helemaal selfsupporting, had mijn zelfvertrouwen terug. Niets zo slim als mensen. Kon waarachtig zelfs weer een deuntje fluiten. Besloot tot 16 uur een weersverandering af te wachten en dan op pad te gaan.
Omstreeks 15 uur begon Luck genoeg van het uitstapje te krijgen, hij werd onrustig en vervelend, liep steeds uit mijn blikveld weg. Ik moest hem herhaaldelijk terugcommanderen. Shit, plots drong het tot me door. De hond wilde naar huis, die wist dat Lulu met ons warm eten klaar stond. Die had het helemaal gezien hier, die wist waarschijnlijk zonder mankeren de weg terug naar de auto.
"Kom, we gaan" meldde ik hem. Blij sprong hij tegen me op en ging toen als padvinder voorop. Het was weer een spannend half uurtje. Lucky wist echter zonder mankeren de weg terug te vinden. Een paar punten kon ik zelfs herkennen, o.a. een bank en een dikke kromme den in een bocht. Eenmaal buiten het bos, was zelfs de mist veel dunner. De auto was er ook nog, Ogenschijnlijk was niets in de wereld veranderd. Hoe dichter ik bij huis kwam hoe meer de mist optrok.
"En, fijn rustig dagje gehad"? wilde Lulu weten.
Honden kunnen gelukkig niet kletsen, anders zou ik geen hond willen.



(C)

FvdB

juni 2001

email me mailbus van Frants van de Bareschjop terug naar het archief