Boswachter 1.

Mijn zusje en ik bezitten een perceeltje bos. Niet groot, zo'n 100 bij 50 meter denk ik. Zij hecht er weinig (emotionele) waarde aan en is er al jaren niet meer geweest. Ik denk dat ze zelfs niet meer weet waar het precies ligt.
Ik ben er vroeger vaak met mijn vader geweest. Als hij stokken nodig had om langs de tomatenplanten te zetten. Of als hij twijgen moest hebben waarlangs de erwtenstruiken konden klimmen. Bonenstaken werden hier gekapt. De palen voor de afrastering van de kippenren werden hier exact op maat gezaagd. Het bosje was van grote waarde, in de dagelijkse strijd om ons bestaan, in die jaren pas na de oorlog. Hij had bepaalde vaste punten - een grote boom, een ingegraven kei, een oud radiobaken van de Wehrmacht - kan ik me nog herinneren, waarmee hij de precieze grenzen van zijn domein had vastgelegd. Ik ben die exacte grenzen kwijtgeraakt want de markeringspunten zijn in een natuurlijk proces, dat de loop der tijd heet, opgelost. De eigen identiteit van het bosje is verloren gegaan. Nu het geen economisch nut meer heeft is het opgenomen in de verwilderde, herstel, de ongerepte natuur en vormt daar weer een eenheid mee. Mijn vader had het geërfd van zijn vader. Officieel is het nu bezit van de erven Dohmen. Dat is een probleem, hoe moet ik een bos (half) bezitten? Kijk, een automobiel bezitten is geen probleem dat kunnen we allemaal. Nietwaar? Welwaar?
Juist, en als hij niet lekker bezit laat je er een andere stoel inzetten. Desnoods eentje met een in de hoogte verstelbare, automatische ontdooi-inrichting en progressieve schokabsorberende vering. ..Sorry, voor die uitglijder!
Ik bezit het erg onregelmatig. Soms wekelijks soms maanden niet. Het is niet makkelijk te bezitten. Eerst een half uurtje met het bezit auto en dan het laatste stuk, een kwartiertje met de persoonlijke benenwagen. Een grote landelijke instantie, die veel natuurgebieden beheert, heeft het overgrote deel van het gebied opgekocht is op grote borden langs de weg te lezen.
Verder zijn de bossen uitgeroepen tot stiltegebied. Ze grenzen aan het Awacs vliegveld. Zo'n x-tallen keren per dag stijgt of daalt een vliegend radarstation in het stiltegebied. Dat betekent in de praktijk iedere keer 10 minuten oorverdovend spektakel en veel stank van kerosine. Heeft die natuurbeherende monumentale instantie geen gevoel voor werkelijkheidszin? Kabaalgebied zou ik het noemen. Geafficheerde volksverlakkerij is het nu!
Die weg mag ook niet meer met auto's bereden worden. Alleen door de terreinwagens van die instantie. De autochtone oudjes mogen alleen nog maar per fiets of persoonlijke benenwagen van hun uitgestrekte, oude bossen genieten. Het bos is reservaat geworden, teruggeven aan de natuur. De oudjes zijn in hun eigen reservaat opgeborgen. Zij mogen daar genieten van plastic bomen, bloemen en andere kunstknuffels. Is beter voor de natuur als zij uit dat stiltegebied blijven.
Dat gebied, waarin zoveel van hun "bijna volwassen herinneringen" hun oorsprong vinden. Waarin hun echt leven eigenlijk pas van start is gegaan, het periodieke systeem van hun leven zijn definitieve vorm nam. Hier vonden bij toeval of quasi toeval de eerste rendez-voustjes plaats. Hier werd, in de lente en zomer, op een deken langs de weg kuis gepicknickt. Hier werden, in alle jaarsgetijden, verliefd de eerste hete kussen uitgewisseld. Hier werd een beetje verder van de weg de eerste keer toegeven aan de zoete hartstochten die mijnheer pastoor zo dringend verboden had. Dit gebied is voor mijn generatie een soort Tempelberg. Je moet er regelmatig terugkeren. Terug naar de plek van de eerste keer klam handje vasthouden, verlegen kusje geven …. Komt het U bekend voor? Oh, U heeft een slecht geheugen? U kunt zelfs de laatste keer niet meer herinneren? Jemig!
Die zoete herinneringen weer beluchten, nadat ze bijna een halve eeuw verstikt waren onder het loof van een werkzaam leven, is vaak verdomd moeilijk gezien de uitgestrektheid van het gebied en als er iets aan je loopmechanisme mankeert.
Genoemde instantie is bureaucratisch onverbiddelijk, heeft geen boodschap aan licht verkindste oudjes of mijmerende senioren. Geen toegang met een auto. Tegen jonge mountainbikers en stinkrijke ruiters, die grote schade aan de natuur aanrichten, wordt schijnbaar niet opgetreden. Deed mijnheer pastoor ook niet, tegen de patserige notabelen van ons dorp, herinner ik me.
Een paar jaren geleden kreeg ik het met die z.g. natuurinstantie aan de stok. Ik werd door een soort boswachter aangehouden. Ik mocht daar niet rijden zoals op de borden duidelijk was aangegeven. "Jij rijdt hier toch ook" was mijn slap verweer. "Ja, uit hoofde van mijn functie", repliekte hij. Hij bracht me op een idee. "Dan zijn we een soort collegae" stelde ik tevreden vast. Dat begreep hij niet. Ik legde hem heel geduldig uit dat ik hier ergens wat boompjes bezat en daar ook onderhoud aan moest plegen, zogenaamd onderhoud aan het onderhout, en vogeltjes voeren en konijntjes tellen enz. Of ik dat bezit kon aantonen, wilde hij weten. Ja, natuurlijk wel. Ga maar op het kadaster navragen. Ik ga alleen niet met je mee. Hij bleef me een uur lang hinderlijk volgen, wilde natuurlijk weten waar mijn struikgewas was. Om van hem verlost te worden liet ik na een tijdje demonstratief mijn broek zakken en begon met een krant te zwaaien. Hij had fatsoen, werd verlegen en verdween.
Een tijdje later kregen wij, de erven Dohmen, een bedelend verzoek van die monumentale instantie om ons familiebezit geruisloos in hun eigendom te laten overgaan. Ik doe dus niet aan onnozele liefdadigheid en beantwoordde hun epistel niet. Een postzegel ervoor gebruiken vond ik zelfs zonde. Als ze een e-mail adres opgegeven hadden had ik misschien geantwoord. Daarna stuurden ze een gemachtigde die inderdaad met een (slap) bod kwam. Mijn zusje laat me de vrije hand. Dat betekent dat ik nooit en te nimmer ons bosje verkoop en dat ik regelmatig met oude kereltjes uit mijn geboortedorp in mijn auto langs hun zoete herinneringen rijd. Bloedstollende verhalen hoor ik dan, over een vuurman en de weerwolf en de vrouw van de Lammedam. Allemaal schepsels die hier vroeger de streek onveilig gemaakt hebben.
Ik ga binnenkort weer bezitten. Heb die oude herinneringen als nieuwe inspiratie nodig!




(C)

FvdB

juni 2001

email me mailbus van Frants van de Bareschjop terug naar het archief