Vluchtig.
O boy, wat heb ik moeten afzien. Was mijn helse masjhine gekresjt. Na al die hitsige ie-meeltjes verzaakte eerst mijn outloek, expres (deedtie dus met opzet) en daarna kreeg mijn verkenner een soort collaps en werd slap. Hij meldde een fatal error en gaf de pijp aan van Jole, die als laatste voorbijkwam.
Kep de halve nacht See-schijven opnieuw moeten formatteren, na eerst een potje partisjon medsjik gedaan te hebben. Resultaat is dat ik mijn favorieten (dus jullie) kwijt ben evenals mijn adresboek. Het enige wat mij nog rest is mijn vluchtig geheugen. Goed vooruitzicht.
Misschien denk je nu wat schrijft die Frans krom. Tis waar, uit principe doe ik dat. Ik wil niets meer horen van al die zg taalfundamentalisten. Ik heb mijn spellingsjekker niet meer ge-installeerd en ook van het zg groene boekje wil ik niks meer weten. Lang leve de foneetiese schrijfwijze.
Ik heb een bijzonder moeilijke nacht doorgemaakt. Ik moest op mijn Del, ja die met die schuinse E in het midden, een VS toetsenbord instellen om Nederlandse of Belgiese taal te kunnen tikken. De Duitse Umlaut is nog steeds pleite, maar daar zoek ik niet meer naar. Ik zet toch lekker nergens meer de puntjes op.
Eindelijk heb ik een kompleks dat me bijna 50 jaar achtervolgd heeft van me af gemieterd. Dat is al begonnen op de HBS. We kregen Nederlandse taal van een RK broeder (een soort bruine rakker). Zoon meneer in een XXL jurk en met een wit touw om, zoals je nu nog soms bij de Love Parade ziet. Behalve foutloos Nederlands, in 4 naamvallen en 3 tijden, schrijven moesten wij ook nog proberen zg algemeen beschaafd Nederlands te praten.
Dat kunstje is voor ons Limburgers niet weggelegd. Wij zingen veel te graag en dat mag best gehoord worden, maar dit terzijde. Hij gaf altijd het goede voorbeeld en praatte met een soort boven Moermansk aksent. Bijna iedere zin eindigde met een klagend, vragend…. nietwaer?
Vooral in deze tijd van het jaar, als de wind de bladeren van de bomen rukt, had ik veel last van een vluchtig geheugen en vertoefde geestelijk veel in onze schone Limburgse bossen. Diep de zwammerige herfstlucht opsnuiven, odeur van gistende bladeren, eikels, dennenappels en noem maar op.
Dat had ik toen zeer sterk. Zodra ik de hoge populieren bij de school diep zag buigen en in razend tempo hun tooi zag verliezen was Frans vluchtig.
Hij zag dat altijd en stelde dan op een onopvallende slijmende toon een gemene strikvraag die eindigde met …..nietwaer Dohmen? Ontwakend uit mijn afwezigheid kon ik dan alleen maar antwoorden: "Welwaer mijnheer" want ik wist niet waar over het ging.
Hij rook ook een beetje naar het bos, maar dan iets dichter bij een boerderij. Verschaald bier en sigarenlucht was zijn emitterende odeur. Die sigaren kreeg hij, volgens roddels, van ongeruste vaders, die daarmee de minder goede prestaties van hun naamdragers opwaardeerden.
Tussen haakjes vrouwen kregen ook heel lang de naam van hun vader of hun man. En zelfs, indien ze nu de naam van hun moeder krijgen, is dat de naam van haar vader - als je begrijpt wat ik bedoel.
Die zit nietwaer? Welwaer!
Daarmee is dus nogmaals de mannelijke prioriteit onderstreept.
Als ik hem aromaties opmerkte, fantaseerde ik vaak wat er chemisch gebeurde als hij een wind onder die tent liet. Ik wist toen nog niet dat ik chemie zou gaan studeren, echter het fassieneerde me wel.
Zou zoon wind langs zijn rug opstijgen of zou hij langzaam naar de grond zakken en daar verwaaien? Je hebt (vluchtige) gassen die lichter zijn dan lucht en omgekeerd.
Hoe het kwam dat ik hartje zomer zo vaak verkouden was, en als een jachthond snoof?, wilde hij wel eens weten. Ik was dan weer vluchtig en stelde me voor hoe ik hem in het bos, als wolf, achter de broek zat!
Hoeveel inwoners heeft Nederland? 15 miljoen? Hoeveel daarvan kunnen begrijpbare Nederlandse klanken uitbrengen? Veel !! Echter hoeveel kunnen foutloos Nederlands cq Belgies schrijven? Juist praktisch niemand. Wat heeft het dan voor nut daar nog woorden over vuil te maken. En bovendien de spelling evolueert met de taal. En die gaat oerendhart, luister maar eens goed om je heen. Er is dus geen houden aan, er is zelfs geen woordenboek dat bij is. Daar kunnen Marie Koenen en de Dikke van Dale niet tegen op.
Echter straks, eigenlijk nu al, kun je tegen je kapjoeter praten en een programma schrijft dan voor je op wat je wil schrijven. Iedereen krijgt zijn eigen cyber secretaresse. Dat had zelfs Joop den Uyl niet voorzien! Daar kan ik nu al over fantaseren.
Hoe wil ik dat die van mij er uit ziet? En zeker aan al dat lekkers is dat je dan skins van internet kunt afhalen, dus vandaag het skinnetje van Pamela A. en morgen, als ik een nostalgische bui heb, Brigitte B. in haar jeugd.
Ik ben blij dat ik wijnfundamentalist ben. Ik neem nog een glaasje dan blijf ik lekker vluchtig en heb geen last van taalterrorisme. Proost!
(C) |
 |
nov. 2000 |
|