Rus(t) op Zondag.

De laatste vijftig jaar is principieel niet veel veranderd. Daarvoor zijn ze te vlug voorbij gegaan. Neem nou bijvoorbeeld de zondag. In mijn beleving heeft daar steeds een vloek op gerust, of een Rus op gevloekt. Vul maar zelf in hoe je het wilt horen. Het moest een dag van rust, ontspanning en bezinning zijn, werd mij geleerd in mijn jeugd. In mijn beleving klopte dat niet met de praktijk. Mijn voorstelling van die uitgangspunten was heel anders dan mijn ervaringen. Ook het voorbeeld dat mijn vader mij toonde werkte wel verwarrend.
Als knaapje had ik zeer weinig slaap nodig, tenminste op de weekse dagen. Ik was zogenaamd de reservewekker van mijn vader. Mijn moeder was toen reeds overleden. Ik zorgde dat hij punt 6.15 uur wakker werd, indien zijn gammele wekker verzaakte. Ik hield daartoe de kerklok in de gaten, ik was toch immers al vroeg wakker. Echter op zondag wilde ik uitslapen. Als er geen arbeid of school op ons wachtten, waarom zouden wij ons dan haasten? Ik vond het zalig in mijn bedje en deed mijn uiterste best Pap zich te laten verslapen. Waarom? Daarom!
Ik had een gloeiende hekel aan dat zondags kerkgeloop. Indien er al zonde bestond, was de daar verspilde tijd een erge zonde. Die verspilde tijd kon beperkt blijven, maar dan moest je vroeg opstaan. Alleen de vroegmis (7 uur) op zondag was een kunstje van de kapelaan van een half uur. Daarna ging het steeds langer duren met als hoogtepunt, juist de hoogmis, om 10 uur. Die kon zich wel tot 12 uur voortslepen als de pastoor op dreef was. En ieder week vontie wel iets om op mijn kindergemoed in te werken, ook al begreep ik vaak niet waarover hij het had. Het was altijd erg, alles wat leuk was, was verboden en ik moest er rekening mee houden dat ik me à la minuut zou moeten kunnen verantwoorden voor het een of ander tribunaal. Ik probeerde die slechte boodschappen te ontlopen. "Onwetend kun je niet zondigen," had ik ook begrepen.
Soms had ik de hoop dat Pap zich nu echt zou verslapen. Dat we die vermaledijde hoogmis niet meer konden halen en lekker in het bos konden gaan lopen. Dan kon ik hem laten zien hoe goed ik met mijn katapult kon schieten. Echter het was of de duvel ermee speelde, op het allerlaatste moment verslikte Pap zich in een laatste snurk en sprong gejaagd uit bed. Ik rekte het dan nog een paar minuten door me, met de moed der goddelozen, diep slapend te houden. Pap was dan bikkelhard en trok me aan een been het bed uit. "Jong schiet op, we komen te laat", zo begon jarenlang zijn ochtendgroet op zondag.
Hij stond dan even later in zijn lange onderbroek voor de spiegel, het scheerschuim dik op zijn wangen smerend. Om heet scheerwater te maken was geen tijd en hij moest zich pijnlijk scheren met koud water en botte scheermesjes of een vervaarlijk scheermes. Een zwaard in mijn kinderogen. Het was levensgevaarlijk om daar mee zo kort langs je kwetsbare hals te manoeuvreren. Een verkeerde beweging en je was er geweest. Wat was mijn pap toch dapper. Die schoor zich iedere dag. Die stelde iedere dag zijn leven in de waagschaal. Ik hoopte dat ik me ook spoedig kon scheren.
Dat mannen niet mogen huilen of kleinzielig doen heb ik toen begrepen. Mijn pap was mijn bloedend voorbeeld. Door dat gejakker en gejacht, geen warm water en botte mesjes sneed hij zich dat het bloed langs zijn kaken gutste. Op het hoogtepunt van die slachtpartij duwde hij dan gepast vloekend een bijtige aluinsteen in die vreselijke wonden. Godvrezend in zijn woordkeus was hij niet, tijdens zo'n slachtpartij. Met vloeitjes en pleistertjes in zijn gezicht en hals, honderden heb ik er geplakt, stoven we dan wat later in ons zondagskloffie naar de zondagsheiliging.
Dat hij niet erg overtuigd was van zijn zondagse zaak stond voor mij als een paal boven water. Een paar keer heb ik geprobeerd Pap over te halen met die komedie te stoppen en wat minder ingewikkelds te gaan doen.
"Jongen" zei hij dan ernstig: "dat kan ik je nu niet uitleggen, dat moet je later voor jezelf uitmaken, maar voorlopig gaan we op zondag naar de kerk". Een paar jaar later verongelukte hij dodelijk en ik besliste vanaf toen zelf.
Vandaag is het weer zondag. Geen gewone zondag, neen een Koopzondag. Er is slechts een dienst, maar die duurt wel van 10 tot 17 uur. Dus een echte koopdienst compleet met een predikant die de zegeningen van de middenstand luid en indringend aanprijst via de stadsomroep. De hele week heb ik al de affiches en reclames gezien en gehoord. Net als vroeger word je aangepraat dat het zonde is als je er niet bij bent.
En weer wil ik er niet bij zijn. Nog altijd wil ik naar het bos gaan, lekker lopen met de hond. Voorzichtig stappen op het kunstwerk "mos". Of als het zo uitkomt, luid schreeuwen en blaffen tegen de kijvende eksters en roeken boven ons in de bomen.
Lulu gaat vanmiddag shoppen. Zij doet geen moeite om mij te bekeren en mee te krijgen want ze weet dat ik zou vloeken in de stad. Waarschijnlijk ben ik een Rus, op Zondag.




(C)

FvdB

nov. 2000

email me mailbus van Frants van de Bareschjop terug naar het archief